STAMVADERS GOOSSENS

Onze voorvaderen GOOSSENS (de familie van oma Betje Goossens die gehuwd was met opa Leonardus (Nard) van den Bogaert) komen oorspronkelijk uit Sint-Kathelijne-Waver nabij Mechelen in België. Omdat de informatie in de jaren vóór 2010 nog sporadisch via Internet te verkrijgen was zijn we op vakantie geweest in Mechelen waar we twee dagen in het Stadsarchief de nodige documenten hebben gezocht. De gegevens van Mechelen en Sint-Kathelijne-Waver hebben we gevonden in de Parochieregisters Mechelen, bewerkt door de Ware Vrienden van het archief en de doop- trouw- en begraafboeken van Mechelen. Daarnaast hebben we alle kerken bezocht waar de GOOSSENS zijn gedoopt, gehuwd en begraven om een idee te krijgen van de omgeving waar ze hebben geleefd. Zo ver het nog mogelijk was zijn we ook in de straten geweest waar ze hebben gewoond. We hebben zo een goede indruk gekregen van de leefomgeving van de GOOSSENS vóór de tijd dat Petrus Goossens vertrok naar ‘s-Hertogenbosch (rond 1795).

De 1e tot en met 3e generatie woonde in de plaats Sint-Kathelijne-Waver nabij de stad Mechelen. De oudste voorvader is Johannes Goossens, hij huwde op 24 oktober 1647 met Johanna Gillis. Zij kregen een zoon in 1656 genaamd Joannes (2e generatie). Andere kinderen zijn nog niet bekend. Hij trouwde op 2 februari 1683 te Mechelen met Catharina Stevens. Joannes overleed in juni 1689. Joannes en Catharina kregen 4 kinderen : Barbara, Petrus, Judocus (slechts 1 jaar geworden) en Judocus.

Petrus Goossens (3e generatie), is geboren in 1685 en trouwde in 1709 met Joanna Maria Serbru(ij)ns en zij kregen 3 kinderen. Kort na de geboorte van zijn jongste zoon stierf Petrus op 27-jarige leeftijd. Het gezin was inmiddels verhuisd naar de stad Mechelen.

De volgende 2 generaties hebben tot ca 1800 gewoond in Mechelen. Petrus Goossens (4e generatie) is geboren in 1712 in Mechelen. Hij huwde op 16 juli 1738 met Petronilla Franck(x) en zij kregen 6 kinderen.

Zijn zoon Joannes Jacobus (in de akten genoemd Jean Jacques) en de 5e generatie) is geboren in 1743. Hij huwde rond 1762 (een akte is in het archief niet gevonden) met Maria (Gertrude) van den Boom uit Mechelen en zij kregen 8 kinderen. Zij overleed op 63-jarige leeftijd in 1800. Omdat Joannes Jacobus nog jonge kinderen had huwde hij 2 jaar later met Magdalena Boogmans, een 50 jarige vrouw uit ’s-Gravenhage. Het gezin heeft gewoond aan Den Buul 513 ; nu de belangrijkste winkelstraat van Mechelen die loopt van het station naar de Markt.  

De 6e generatie : Petrus Goossens, van beroep pruijkenmaeker en barbier,  is geboren in 1764 en trouwde in 1795 met Jacomina (Wilhelmina) Wieller (Wielaers). In de oudste volkstelling van de stad Mechelen (1796) woonde het gezin, zijn ouders en de twee zussen Therese (26 jr) en Marie Therese (15 jr) op het adres Bruul 513. Petrus stond daar niet meer ingeschreven. Dit bevestigt enkel dat de toen 32 jarige Petrus de stad Mechelen reeds verlaten had. Petrus was vertrokken naar ’s-Hertogenbosch waar hij op 14 februari 1798 is ingeschreven is als poorter. Petrus had een winkel aan het Hinthamereind 274 (bron: Volkstelling 1814/1822)  Na de dood van zijn vrouw is hij na 1840 (volgens het bevolkingsregister woonde hij toen nog aan het Hinthamereinde nr 114/8) verhuisd naar Rosmalen waar hij ook is gestorven. Petrus en Jacomina hadden 8 kinderen.

Een van hun zonen, Jacobus Emanuel Goossens (de 7e generatie) was van beroep boekdrukkersknecht en passementwerker. Een passementwerker maakt garneringen van goud- en zilverdraad. Hij is geboren in 1799 in ’s-Hertogenbosch en gehuwd met Henrica Bosch op 1 december 1827. Zij kregen 3 kinderen, 2 dochters en 1 zoon. Het gezin heeft gewoond aan de Smalle Haven 141 in ’s-Hertogenbosch. Bij besluit van de Burgemeester van ‘s-Hertogenbosch dd 11 febr 1822 is hij definitief vrijgesteld voor broederdienst voor de Militie van ‘s-Hertogenbosch.

Johannes Martinus Lambertens Goossens behoort tot generatie 8. Hij is geboren in 1831 in wijk de Uilenburg nummer 211. In 1861 trouwde hij met Elisabeth Maria van Mackelenbergh uit Baardwijk. Elisabeth stierf al vroeg na de bruiloft, zij werd 36 jaar. Hij trouwde daarna in 1867 met Johanna Maria Elisabeth van der Ros. Johanna stamde uit een protestants milieu uit het land van Heusden en Altena. Opmerkelijk voor die tijd dat zij huwde met een katholiek, hiervoor was kerkelijke dispensatie noodzakelijk. Johanna heeft Johannes op zijn sterfbed beloofd haar twee kinderen katholiek op te voeden. Zij hebben gewoond Achter het Stadhuis en in de Vughterstraat in ‘s-Hertogenbosch. Johannes was goudsmid van beroep. Zij kregen 2 kinderen : Koos en Elisabeth (mijn oma)

Elisabeth Wilhelmina Henrica Goossens (Betje) inmiddels de 9e generatie, is geboren in 1873 en getrouwd in 1899 met Leonardus van den Bogaert (mijn opa). Het echtpaar kreeg 6 zonen en 1 dochter.

Elisabeth zat op school bij de zusters in de Postelstraat. In het laatste schooljaar (dat was toen gewoonte) , zij was toen 12 jaar, deed zij haar 1e communie. Zij kwam met een rijtuigje naar de kerk wat alom verbazing wekte : zij was tenslotte een dochter van een protestantse vrouw. In die tijd zeer bijzonder. Na haar schooltijd volgde zij naailessen en heeft tot ver na haar huwelijk als naaister gewerkt. Bij besluit van Burgemeester en Wethouders van ‘s-Hertogenbosch is zij benoemd als tweede boterweegster der gemeente met ingang van 1 januari 1915 (met een jaarwedde van fl 100) in de Boterhal (Boterwaag) op de Markt. Wegens sluiting van de Boterhal kreeg zij op 1 maart 1929 eervol ontslag. Elisabeth sneed daar de gewenste hoeveelheid van de kluit af, woog het stuk op een koperen weegschaal en pakte het stuk in hagelwit papier. Als zij iets kwijt was riep zij altijd de heilige Antonius aan; als zij het toch niet vond draaide zij zijn beeld, dat onder een stolp op de kast stond, met een kwaad gezicht om. Elisabeth, door iedereen tante Betje genoemd was klein van stuk en liep iets voorover gebogen. Ze had een vriendelijk gezicht., was altijd heel eenvoudig en was met smaak in het zwart gekleed. Vanaf mei “woonde zij in” bij haar zoon Jan en schoondochter Hannie, wel in het ouderlijk huis aan het Geert van Calcarplein. Zij heeft zich nog enkele jaren mee kunnen inzetten bij de opvoeding van haar kleinkinderen Jos en Liesbeth. Eind maart 1956 is ze opgenomen in het ziekenhuis, (ze was thuis gevallen over een voetenbankje) waar ze vermoedelijk aan longontsteking is overleden. Vanuit de parochiekerk van Sint Antonius van Padua is zij begraven.

Betje Goossens met kleinkinderen Jos en Liesbeth in het ouderlijk huis aan het Geert Van Calcarolein te ‘s-Hertogenbosch, 1956